VERLIEFDHEID OP HET EERSTE GEZICHT
Over liefde op het eerste gezicht heb ik zo mijn twijfels, over verliefdheid niet. Het stelt ook niet zoveel voor. Ik ben gauw en vaak verliefd. Een meisje op een fiets, een actrice in een film, een foto in een tijdschrift, het leidt allemaal weldadig tot niets en geeft desondanks even het gevoel dat je ook wel krijgt als je een lammetje in de wei ziet huppelen (en even niet aan koteletten denkt).
Verliefdheid is alleen een motor tot actie als de gelegenheid zich voordoet. Meestal is het dan snel weer over. Fijn. Niet door vergeetachtigheid (zoals bij dat meisje op de fiets, Leidsestraat, 12 oktober 2008 15.10 uur, je droeg een blauw jack en een paarse muts), maar door inzicht.
Ik knap graag af op het eerste gezicht. Een Twents accent, het verkeerd gebruik van ‘hun’ en ‘hen’, niet weten wie Abdelkader Benali is of luidkeels een Frans Bauer-lied aanheffen: ik ben er snel klaar mee. Als je niet verliefd bent is het leven saaier en dus een stuk rustiger.
Soms zit het tegen, soms valt ze mee. Dan kan ze ook nog denken dat Benali de voorman van die moslimbeweging is, maar het doet er ineens niet meer toe. Er is namelijk chemie. En als er chemie is, is er onrust. Eigenlijk wil je zo snel mogelijk weten (ik wel) of je een kans maakt. Dat je haar type bent, daar ga je gewoon van uit, chemie werkt immers aan twee kanten. Het zijn levensvragen die je onmiddellijk kwellen. Heeft ze een man/vriend? En hoe bestendig is dat? Wil ze kinderen? Wanneer? Hoeveel? En dan liefst zo snel mogelijk afspreken, want het kan ook nog tegenzitten in het restaurant, op de dansvloer, in bed. Die kans is klein, dat weet je ook wel, maar mag niet uitgesloten worden.
Ik heb nog nooit een eerste ontmoeting gehad in een discotheek. Zonder een goed gesprek kom ik niet uit de verf. Natuurlijk zijn er mannen met een uitstraling die hen visueel al begerenswaardig maakt, maar daar ben ik niet jaloers op. Wat zij opwekken is lust, niet de kiem van ware liefde. Ik heb ook nog nooit in de klereherrie een vrouw versierd die ik pas hoorde praten na de seks. Het Zwijgende Nummer (om Erica Jung te parafraseren) is weliswaar een wensdroom, maar het gaat gewoon niet lukken. Dus we praten wat, en ergens schijnen die elektroden dan als de stukjes van een legpuzzel in elkaar te schuiven. ‘Herkenning’ vind ik er ook wel een goed woord voor. Het is alsof je voor elkaar gemaakt bent, alsof het ergens bepaald was dat jullie elkaar zouden ontmoeten. Ik slaag er desondanks in om zonder geloof in reïncarnatie of welke andere vorm van voorbestemming dan ook door het aardse bestaan te komen. Wat je minimaal herkent is een wezenlijke belangstelling voor elkaar. Je tilt elkaar als het ware een beetje op, in je gevoelens, in je gedachten. Je weet dat je het leven even beter aankunt, zo met zijn tweetjes.
Mooi is ook als zinnen niet eens hoeven worden afgemaakt en sommige woorden niet eens hoeven worden uitgesproken. Al moet je daar wel weer mee uitkijken, maar dat moet je altijd als je verliefd bent op het eerste gezicht en het (weliswaar onvermijdelijke) besluit neemt het maar weer eens niet te negeren.